Bijdrage Wassenberg aan begro­tings­debat Onderwijs, Cultuur en Weten­schap


23 november 2022

Voorzitter,

Leraren hebben het zwaar: er zijn er te weinig, ze hebben het te druk, ze moeten onzinnige dingen doen, ze hebben te weinig invloed op hun eigen agenda en ze worden overstelpt met schadelijke desinformatie.

Ik heb het met de voorganger van de minister vaker gehad over de zeer onwenselijke beïnvloeding van kinderen in het primair en voortgezet onderwijs door schadelijke industrieën en bedrijven. De vliegtuiglobby, de fossiele industrie, de vleesindustrie: sectoren die de wereld om zeep helpen, het klimaat en de natuur om zeep helpen, en die tegelijkertijd scholen proberen binnen te dringen.

Vaak met succes.

Ik geef een voorbeeld.

De olie- en gasindustrie biedt lespakketten aan voor het primair en voortgezet onderwijs. Daar zitten docentenhandleidingen bij en pakketten voor de leerlingen. Ik heb die eens goed bekeken.

Een lespakket van de olie- en gasindustrie, ik zeg het nog een keer.

Met nul, nada, niets, geen enkele informatie over klimaatverandering, niets over vervuiling, niets over aardbevingen in Groningen door gaswinning. Nul info, echt helemaal niets, over de minder fraaie kanten van de industrie. Dit wordt nog steeds aangeboden: ook online, compleet met filmpjes.

Ik pak het lespakket erbij. Je moet het zien om te geloven. We zien hier Erik. Erik werkt in de olie- en gasindustrie. Hij vindt status door een hoge, leidinggevende functie belangrijk, net als een mooi huis, een mooie auto. Voorzitter, ik verzin dit niet, dit staat in de docentenhandleiding voor het voortgezet onderwijs. Kijk, hier ziet u de auto.

En de vraag aan de leerlingen: herken je dit, wil jij dit ook? Zou je dit werk willen doen?

En zo slijmt de handleiding pagina’s lang door. Met nog meer stuitende voorbeelden. Voorzitter, ik zou dit lespakket, ik spreek het met moeite uit, graag via de bode aan de minister geven. Ik ben benieuwd of hij dit vindt bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen op school.

Voorzitter, als dit reclame zou zijn, zou dit worden veroordeeld door de Reclame Code Commissie, maar omdat dit lesmateriaal wordt genoemd, mag dit verspreid worden op scholen.

Dit noem ik niet eens greenwashing, dit is brainwashing! Dit is geen les, dit is hersenspoelen. We hebben net een mislukte COP27 achter de rug, omdat de belangen van de olie-industrie daar zwaarder wogen dat het belang van een leefbare aarde. Voorzitter, de minister KAN toch niet toestaan dat scholieren dit soort propaganda als les krijgen voorgeschoteld?

Ik vraag de minister: wat gaat hij doen om te voorkomen dat kinderen met dit soort verwerpelijke reclame gevoed worden onder het mom van lessen? En voorzitter alstublieft: laat deze minister nietzeggen: dat laat ik aan de docenten over. De minister is er voor docenten en leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Je kunt dan niet zeggen: ik laat deze bagger uitstorten over kinderen, de docent moet maar ingrijpen. U helpt de docenten door het filter eerder in te stellen. Ik heb veel vertrouwen in docenten, maar de werkdruk is daar immens.

Er is een groot lerarentekort. Er is een hoge werkdruk. Als we docenten ook nog deze rotzooi laten screenen, zijn ze wéér tijd kwijt aan onzinnige klussen. Laat de Onderwijsinspectie hiernaar kijken, dat vraag ik de minister.

Dan het lerarentekort, ik noemde dat net al.

De minister kwam met een voorstel voor een fulltimebonus, maar dat lost het probleem niet op.Eergisteren lazen bij de NOS dat er inmiddels 15 aanmeldingen voor de proef met de voltijdsbonus zijn. Dat is nog geen 0,2% van de scholen in het primair onderwijs. Zeker, een goed salaris is essentieel, maar de randvoorwaarden zijn misschien nog wel belangrijker. Het stopt niet bij een pot geld, daar begint het mee. Dus: hoe gaat de minister het onderwijs aantrekkelijker maken?

Want één van de problemen is dat startende docenten perspectief op een vaste aanstelling missen, ze missen begeleiding, ze missen ontwikkelingsmogelijkheden. En daardoor stromen ze even snel weer uit. Een kwart stroom weer heel snel uit. Een bijlesbureau is dan een aantrekkelijkerewerkgever dan een school.

En de werkdruk van veel docenten is te hoog.

Docenten moeten zich veel te veel bezighouden met randzaken. Zoals het invullen van voortgangsrapportages. Maar ook het kopen van rood crêpepapier voor de kerst. Ik verzin dit niet.

Voorzitter, dat moet anders. Hoe gaat de minister zorgen dat docenten meer tijd aan hun echte taakkunnen besteden: lesgeven? Kan hij zorgen dat docenten beter ondersteund worden bij randzaken, die óók belangrijk zijn, maar die NIET door een docent hoeven te gebeuren?

Dan, voorzitter, heb ik nog een vraag overstudiefinanciering en de pechgeneratie. Daar komen we binnenkort over te spreken bij de herinvoering van de basisbeurs. Ik houd het kort: begin deze maand werd door de Eerste Kamer de motie Koffeman aangenomen, die vroeg om de pechgeneratie ruimhartiger te compenseren, zeker ook vanwege de stijging van de rente op de afgesloten leningen. Daar heeft het Kabinet nog niet op gereageerd, dus ik vraag de minister: wat kan hij daar nu al over zeggen?

Tot slot voorzitter: het apenproefdiercentrum, het BPRC.

In 2016 heeft de Kamer opgeroepen om het aantal proeven met apen in het BPRC zo snel mogelijk af te bouwen naar nul. De voorganger van deze minister heeft daar een geheel eigen draai aan gegeven door het BPRC te vragen om te krimpen met 40% tot 2025. Als eerste stap, werd daarbij vermeld. Maar goed, de Kamer vroeg dus om méér.

En toen mocht het BPRC zelf het afbouwplan opstellen. Het BRPC is toen gaan sjoemelen met de cijfers door ZELF voor te stellen om het aantal gehouden apen terug te brengen van 1400, dat was het aantal apen in 2019, naar 1000. De voorganger van deze minister nam dat cijfer over.

Maar voorzitter, als je 1400 apen hebt en dat terugbrengt met 40%, dan kom je niet op 1000 uit, maar op 840. DAT zou het maximaal aantal mogen zijn in 2025. Voorzitter, ik hoef de minister geen rekenles te geven. Maar andersom hoeft dat ook niet. Graag hoor ik van de minister of 1400 min 40% neerkomt op 840 en niet op 1000. Graag een reactie.

Hetzelfde geldt voor het aantal proeven. Ook daar sjoemelt het BPRC met de cijfers door te stellen dat het aantal experimenten op apen wordt teruggebracht tot 150. Maar ook dat is niet de opdracht. Het aantal proeven op apen moet tot 2025 met 40% worden verminderd.

Laten we ook dan even naar de cijfers kijken uit het ambitieplan van het BPRC. Op pagina 13 van dat plan staat dat het BPRC in 5 jaar 1034 experimenten op apen te hebben uitgevoerd. Dat waren er gemiddeld 207 per jaar.

In 10 jaar waren het 2234 proeven, dus 223 per jaar. Dat zijn de gemiddelden.

Daarmee betekent een reductie van 40% geen 150 dierproeven op apen vanaf 2025, maar 124 tot 134. Het voorstel van het BPRC komt neer op een reductie van zo’n 30%. Daar kan de minister toch niet mee akkoord gaan? Graag een reactie.

En kan de minister meteen een update geven over hoeveel proeven er in 2021 zijn gedaan?

Voorzitter, de Kamer heeft de wens uitgesproken dat het BPRC naar 0 moet. 40% reductie moet zijn gerealiseerd in 2025. En dan? Wanneer komt de minister met een voorstel voor het verder afbouwen van proeven met apen, zo snel mogelijk naar 0, ook na de 40% reductie?

Tot slot de subsidies. Aankomend jaar subsidieert dit ministerie het BPRC met ruim 11 miljoen euro. Wanneer wordt dit afgebouwd? En is de minister voor nu in ieder geval bereid om een deel van dit bedrag specifiek te oormerken voor proefdiervrije innovaties?