Inbreng Update lera­ren­stra­tegie primair en voort­gezet onderwijs


2 november 2022

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben met interesse kennisgenomen van de Kamerbrief update lerarenstrategie primair en voortgezet onderwijs. Deze leden spreken hun waardering voor de dualistische houding van het kabinet op dit dossier uit en zijn van mening dat het belangrijk is om gezamenlijk te zoeken naar oplossingen voor het lerarentekort, niet alleen voor de korte termijn, maar ook voor een structurele aanpak voor de langere termijn. De leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie missen in de aanpak momenteel de nodige aandacht voor uittreders uit het onderwijs en dan met name met docenten die binnen twee à drie jaar stoppen. De leden begrijpen dat het in het basisonderwijs om een kwart van de beginnende docenten gaat. Dat gaat om mensen die een vakopleiding gevolgd hebben en binnen korte tijd weer stoppen. Heeft de regering zicht op de redenen voor vertrek uit het onderwijs?

Als mogelijke redenen voor de grote uitstroom wordt vaak verwezen naar het gebrek aan perspectief op een vaste aanstelling, het door de leraar moeten verrichten van administratieve taken, een gebrek aan doorgroeimogelijkheden en te volle klassen. Kan de minister hierop reflecteren?

De leden vragen daarnaast welke uitstroom te zien is in het voortgezet onderwijs. Welke redenen worden daar genoemd door docenten die vertrekken? Het vasthouden van docenten is wat betreft de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren onmisbaar in het aanpakken van het lerarentekort. Welke concrete stappen worden er gezet om de uitstroom tegen te gaan? Welke mogelijkheden zijn er om docenten weer meer zeggenschap te geven te geven over hun werkzaamheden? Naast een goed salaris moet er ook gekeken worden naar werkdruk, doorgroeimogelijkheden en het vooruitzicht op een vaste aanstelling. Voor dergelijke arbeidsvoorwaarden en arbeidsvooruitzichten is langjarige financiering nodig.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben kennisgenomen van het voorstel om onderwijsvervanging regionaal te organiseren, in het bijzonder van het Duitse-model, waar een docent per deelstaat solliciteert en niet bij een school zelf. De leden hebben hier nog wel een aantal vragen over.

In Nederland hebben we conform artikel 23 van de Grondwet vrijheid van onderwijs. Hoe zou een dergelijke manier van solliciteren eruit komen te zien bij een dergelijk op Duitsland gebaseerd model, solliciteren docenten dan bij een onderwijskoepel? En hoe verhoudt dit zich tot onderwijsinstellingen die geen onderdeel zijn of wensen te zijn van een dergelijke koepel? De keuze om voor een bepaalde school te werken kan namelijk samenhangen met de vorm van onderwijs, zoals een vrije school, of juist de expliciete keuze voor openbaar onderwijs. Kan de regering dit toelichten?

Deze leden van de Partij voor de Dierenfractie vragen zich af: hoe verhoudt een flexibele pool leraren in het onderwijs zich tot een duurzame binding tussen docent en leerling? Deze leden zouden hier graag een reflectie op willen.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben ook vragen bij de mogelijkheid om niet alle lesuren door gediplomeerde docenten te laten vervullen. Het kan waardevol zijn kunst- en cultuurinstellingen lessen te laten verzorgen. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld natuuronderwijs op het primair onderwijs door iemand van het IVN. Maar hoe gaat de minister voorkomen dat deze lessen niet door commerciële bedrijven worden overgenomen, of door de fossiele industrie of de agrarische lobby? Kan de regering hierop reflecteren? Deze leden vinden het namelijk van belang dat jongeren gevormd worden op basis van wetenschappelijke feiten, met aandacht voor verschillende vakgebieden buiten de kernvakken om, zoals natuur, milieu, filosofie en geschiedenis.