Woordvoering Werk & Inkomen 14 juni

B1?Alternatieven voor de collectieve zorgverzekering voor minima (collegebrief 1-6-2017) 
Dank voorzitter,  

Wij vinden een goede toegankelijk zorg voor minima belangrijk. Dat Menzis in Groningen een monopolie positie verworven heeft, vinden wij niet wenselijk. De premies zijn hoog en zorg is maatwerk. Het liefst zien we natuurlijk een nationaal zorgfonds maar mogelijk dat andere polissen betere dekking geven voor specifieke zorg situaties. Deze keuzemogelijkheid ontbreekt nu.  

Menzis is in Groningen met een groot aandeel verzekerden stevig verankerd in de regio en de gemeente is ook specifieke samenwerkingsverbanden met Menzis aangegaan vanwege de kennis die Menzis in de regio heeft opgedaan. Eerder hebben we aangegeven dat we betreffende deze samenwerking in de zorg liever een samenwerking hebben met een overkoepelende organisatie waarin meerdere zorgverzekeraars vertegenwoordigd zijn en waar deze kennis wordt uitgewisseld. Daarbij onderschrijven we de opmerkingen van de cliëntenraad dan ook, dat we ook graag zien dat meerdere zorgverzekeraars aan de collectieve zorg verzekering voor minima kunnen deelnemen. Bijvoorbeeld zoals in Zoetermeer het geval is, waar twee zorgverzekeraars samen de CZM delen. We zijn het met de cliëntenraad eens, dat naar voorbeeld van Zoetermeer een regionaal overstijgend beleid mogelijk is door de activiteiten van de Zorgverzekeringswet en de Wmo met elkaar te verbinden. Graag willen we het college vragen toch verder te verkennen - door naast vergelijkingen ook gesprekken aan te gaan met andere verzekeraars en te onderzoeken of met meerdere partijen samenwerking mogelijk is.

B2?Nieuwe aanpak arbeidsmarktbeleid (collegebrief 18-5-2017) 
Dank voorzitter,  

Het college is veel van plan om tot een inclusieve arbeidsmarkt te komen. En levert goede initiatieven / projecten aan. Het is belangrijk om mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt mee te laten doen. De arbeidsmarkt is de technische kant op gegaan, het aantal ICT gerelateerde banen zullen toenemen terwijl banen voor laaggeschoolden afnemen. Voornamelijk is dat ook veroorzaakt doordat veel productie werk is uitbesteed aan lage lonen landen. Allerlei dagelijkse benodigdheden zoals kleding, schoenen, kleding, computers, maar ook gadgets als computers, telefoons en iPads worden voor een hongerloontje en onder slechte omstandigheden elders geproduceerd. De kennis hoe schoenen of kleding of hoe een computer in elkaar wordt gezet is zo langzamerhand hier aan het verdwijnen. Wij zijn voorstander om juist daarom lokale ambacht te stimuleren. Initiatieven steunen waar de productie in eigen handen wordt genomen en daarmee hier in eigen regio werk wordt gecreëerd.

We vinden het een goede zaak dat er aandacht wordt besteed aan laag geletterdheid. Eveneens vinden wij belangrijk dat scholing ook voor ouderen gestimuleerd wordt. Indien mensen bijgeschoold kunnen worden zij terug naar school gaan. Met de ROC worden al diverse samenwerkingserbanden aangegaan. Wij zijn benieuwd of er hier ook genoeg aandacht voor ouderen is.  

Tot slot wordt werk gecreëerd betreffende het aardbevingsgebied. Wij vragen ons af hoe duurzaam dit werk is. Allemaal willen we dat de bevingen stoppen en zetten we ons in voor energietransitie. Dit aardbevingsgerelateerde werk zal dus tzt hopelijk tot het verleden behoren. Is daarop vooruitgekeken? Hoe denkt het college ervoor te zorgen dat als de bevingen weg zijn, de investeringen in de aardbevingsproblematiek voor de toekomst structureel werk gaat opleveren?

B3?Voucherregeling jongeren en overige doelgroepen (collegebrief 11-5-2017) 
De vouchers zijn een goed middel om werkgevers te stimuleren iemand in dienst te nemen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Arbeid is in overvloed aanwezig maar ook doorgaans duur, door kosten weg te nemen kunnen mensen met een achterstand sneller een kans krijgen.  

Wij hebben bij de vouchers wel een zorgpunt, dat betreft mensen zonder startkwalificatie. Natuurlijk is het mooi dat zij met deze regeling een baan kunnen krijgen, maar dit moet wel een duurzaam traject zijn. Immers iemand die voor een jaar ergens aan het werk is, en vervolgens zonder papieren weer op straat wordt gezet, is weer terug bij af. Daarom willen wij graag dat als voorwaarde wordt gesteld dat het voor mensen die zonder startkwalificatie aan deze regeling deelnemen, het een leerplek betreft die uitzicht biedt op een diploma. Anders werkt deze regeling mogelijk voor deze groep averechts. Want hoe langer je uit het leersysteem bent, en ook leeftijd telt mee,  des te moeilijk het is dit weer op te pakken.  Hoe kijkt het college hier tegenaan?